Elegast

Dit zou niet de website van de Elegast stam zijn als wij niet ook zouden weten wie die Elegast nou eigenlijk is. Dit is een persoon uit een verhaal genaamd "Karel en de Elegast". Het is onbekend wie de schrijver is. De datum waaruit het verhaal dateert is ook niet precies bekend, wel is bekend dat het uit de 12e of de 13e eeuw komt. Hieronder is het verhaal te vinden.

Karel en Elegast
Dit is een van de verhalen over Karel de Grote.
Karel en de Elegast is een van de weinige verhalen waarin Karel de Grote zelf de hoofdrol speelt. In andere verhalen zoals het Roelantslied of Renout van Montalbaen komt Karel wel voor, maar heeft niet de hoofdrol.

Het verhaal

De opdracht
In het begin van het verhaal zegt de ik-figuur dat hij een mooi en waar gebeurd verhaal gaat vertellen.

Op een avond verblijft Karel de Grote in zijn kasteel te Ingelheim aan de Rijn. Tijdens zijn slaap verschijnt een engel. Deze beveelt hem, namens God, om te gaan stelen. Als hij dit niet doet, zal hij het leven verliezen.De eerste keer denkt Karel dat hij het verkeerd gehoord heeft en gaat weer slapen. De tweede keer zegt Karel dat hij rijk genoeg is om niet te hoeven stelen. Pas de derde keer gelooft Karel dat het werkelijk een engel is die hem sommeert om te gaan stelen waarna hij op staat. (In die tijd geloofde men dat twee het getal van de duivel was, en drie het getal van God).

Hij trekt zijn beste wapenuitrusting aan en weet ongemerkt - God heeft ervoor gezorgd dat Karel ongezien het kasteel kan verlaten, door alle deuren te ontsluiten en iedereen in slaap te brengen - het kasteel te verlaten. Karel bidt om Gods hulp en bescherming en legt zijn lot in diens handen.

Hij rijdt een woud in en krijgt, nu hij zelf moet gaan stelen, begrip voor de dieven, die de doodstraf riskeren als ze gaan stelen. Hij denkt nu ook aan Elegast, een leenman van hem die hij verbannen heeft vanwege een klein vergrijp. Elegast bezit nu niets meer en moet nu leven van wat hij steelt. Ook zijn de ridders en schildknapen van hem afhankelijk. Elegast laat de armen met rust en besteel alleen de rijken.
Karel betreurt nu dat hij Elegast al zijn bezittingen heeft ontnomen en bidt tot God dat hij Elegast stuurt als zijn metgezel voor die avond.

De ontmoeting
Op een gegeven moment komt Karel een zwarte ridder in het woud tegen. Karel ziet hier de duivel in en roept God aan. Ze rijden langs elkaar. De zwarte ruiter ziet de rijke uitrusting van Karel en keert om, en vraagt wie hij is. Karel weigert zich bekend te maken en een gevecht is het gevolg. Na lange tijd weet Karel dit gevecht te winnen, doordat het zwaard van zijn tegenstander breekt.
Karel vraagt nu naar de naam van de zwarte ruiter. Dit blijkt nu Elegast te zijn. Karel vraagt om het zeker te weten ook naar de geschiedenis van Elegast. Hierdoor weet Karel nu zeker dat het Elegast is en hoort hij ook hoe Elegast leeft als een dief.
Vervolgens zegt Karel dat hij Adelbrecht heet en iedereen - arm of rijk - besteelt. Hij stelt voor om samen een schat te stelen bij keizer Karel, maar Elegast wijst dit van de hand. Hij blijft ondanks zijn verbanning trouw aan de keizer.
Karel is blij hierover en neemt zich voor om Elegast in ere te herstellen als deze avond voorbij is. Elegast stelt nu voor om bij Eggerik van Eggermonde (die getrouwd is met de zus van Karel) in te breken. Eggerik is volgens Elegast onbetrouwbaar. Hij zou zelfs zijn koning het leven ontnemen als hij de kans kreeg volgens Elegast.

De inbraak
Op weg naar het kasteel van Eggerik steelt Karel de Grote een ploegijzer. Hiermee proberen ze een gat te maken in de muur van Eggeriks kasteel. Elegast begint te twijfelen aan de capaciteiten van Karel als inbreker, maar gelooft de uitvlucht van Karel.
Door een toverkruid in te nemen kan Elegast de dieren verstaan en hoort op die manier dat de koning buiten het kasteel staat. Hij gaat terug naar Karel en verteld hem dit. Karel zegt hem dat het niet mogelijk is om dieren te kunnen verstaan. Hierop geeft Elegast Karel toverkruid en nu hoort Karel het zelf van de dieren.
Als Karel het kruid aan Elegast terug wil geven, merkt hij dat het kruid verdwenen is. Elegast lacht hem uit en zegt hem dat het een wonder is dat hij als dief niet eerder gepakt is, want Karel heeft niet gemerkt dat Elegast het zelf al teruggepakt heeft.

Karel weet Elegast te bewegen het kasteel in te gaan, ondanks dat de koning in de buurt schijnt te zijn.
Doordat Elegast ook de toverkunst beheerst om sloten te openen en mensen in slaap te brengen, weet hij de schat te stelen.

Het verraad
Elegast wil nog een keer terug om het fraaie zadel van Eggerik te stelen. Dit mooie zadel met honderd gouden belletjes is in de slaapkamer van Eggerik. Tijdens het stelen schrikt Eggerik wakker door het gerinkel van de belletjes. Zijn vrouw weerhoudt hem er van om op onderzoek uit te gaan, want niemand kan daar binnenkomen volgens haar.
Vervolgens vraagt zij aan Eggerik wat er toch met hem aan de hand is. Hij slaapt en eet al drie dagen niet. Na lang aandringen bekent Eggerik dat hij een samenzwering heeft beraamd om de volgende dag Karel te doden. Eggerik noemt ook alle handlangers op. Elegast hoort dit alles, terwijl hij onder het bed ligt.
De vrouw van Eggerik protesteert heftig op de voorgenomen samenzwering van haar man, waarop Eggerik haar vol in het gezicht slaat. De vrouw begint uit haar mond en neus te bloeden, wat Elegast ongemerkt op weet te vangen in zijn handschoen. Middels een toverspreuk weet Elegast ze weer in slaap te krijgen.

Buitengekomen verteld Elegast aan Karel wat hij zo juist heeft gehoord. Karel begrijpt nu ook waarom God hem uit stelen heeft gezonden. Hij weet Elegast ervan te weerhouden om terug te gaan en Eggerik te doden. Hij vraagt Elegast om naar de koning te gaan en daar het verhaal van het verraad te vertellen. Elegast weigert dit, vanwege de verbanning door Karel.

Nu zegt Karel dat hij de koning goed kent en dat hij het verhaal wel zal vertellen. Elegast moet met de complete buit naar zijn kameraden gaan. Ze spreken af om elkaar de volgende dag te ontmoeten om de buit te verdelen.

De beschuldiging
Karel weet ongemerkt weer het kasteel te bereiken.
De volgende dag roept Karel de geheime raad bij elkaar. Deze adviseren de koning om de verraders met wapens te bestrijden. Als Eggeriks medestanders in kleine groepjes bij het kasteel arriveren, blijkt dat ze allemaal wapens onder hun kleding verborgen hebben, wat op een hofdag ten strengste verboden is. Iedereen wordt direct gevangen genomen.

Als Eggerik gevangen wordt genomen ontkent hij alles. Karel de Grote laat Elegast halen, met het bericht snel te komen en met de melding dat al zijn schulden vergeven zullen worden. Als hij de strijd met Eggerik wilde aangaan zou Karel hem rijkelijk belonen.

Elegast komt nu naar het kasteel en door zijn bebloede handschoen te tonen weet hij iedereen te overtuigen van de schuld van Eggerik. Elegast daagt Eggerik vervolgens uit voor een tweestrijd. Eggerik weigert dit in eerste instantie, omdat Elegast geen hertog zou zijn. Elegast zegt vervolgens dat hij wel een hertog is, ondanks het feit dat hij een banneling is. Karel zegt vervolgens dat iemand die eigenlijk de strop verdient tegen iedereen kan vechten.

Een tweegevecht als godsoordeel

Voor de strijd begint bidt Elegast tot God om vergiffenis. Eggerik laat dit achterwege. Als eenmaal de strijd begint valt Eggerik al bij de eerste stoot van zijn paard. Elegast laat hem weer opstijgen en vervolgens duurt het gevecht tot aan de avond.
Karel bidt dan tot God om op rechtvaardige wijze een einde aan het gevecht te maken, waarop Elegast Eggerik een harde klap geeft, waardoor Eggerik dood van zijn paard valt. Eggerik wordt hierna ook nog aan de galg opgehangen, omdat dit de normale straf was voor misdadigers.
Elegast werd in ere hersteld, waarvoor hij God dankt. De koning gaf hem nu Eggeriks vrouw en zij bleven hun hele leven bij elkaar.